“De dans van de duizendpoot”

Een nieuwe bundel filosofische fabels, waarin de vraag centraal staat wie wij zijn.

Grote levensthema’s worden in dit boek verkend in korte overpeinzingen en gesprekken, over de ziel en over zingeving, over vrijheid, vriendschap, en identiteit.

De fabels hebben een filosofische invalshoek maar zijn ook poëtisch en vooral humoristisch van aard, en voor een breed publiek geschreven. Ze worden in de kleurrijke aquarellen van Thé Tjong-Khing op een magische wijze verbeeld.

‘Dit boek is een subtiel en treffend commentaar op het menselijk bestaan,’ zegt Erno Eskens, filosoof en uitgever, ‘Het zit vol grappige dialogen met een diepere betekenis van zowel universele alsook actuele waarde. Het is een onweerstaanbaar boek, het resultaat van de samenwerking van twee bijzondere talenten, een boek dat je steeds opnieuw oppakt om in te bladeren en te lezen. Nu al een klassieker, een “must-have” wat mij betreft.’

“De krekel, het bos en de wereld”

‘Waarom ik niets doe?’ zei de smaragdhagedis tegen de krekel, ‘nou, ik heb ontdekt dat werken een ziekte is van het denken …’

In dit boek staan honderd korte, poëtische fabels over de dieren in het bos. Ze denken en praten over het alledaagse leven en bieden ons een humoristische en filosofische kijk op thema’s als liefde, schoonheid, macht en nog veel meer. De fraai geïllustreerde miniatuurtjes bieden naast universele inzichten in het menselijk bestaan ook een actuele kijk op de wereld zoals die zich om ons heen ontvouwt.

Met zijn scherpe en tegelijkertijd lichtvoetige schrijfstijl schaart Jan Bouwstra zich in de fabeltraditie vanaf de middeleeuwen (Van den vos Reynaerde) tot aan onze tijd (Toon Tellegen).

“De brilslang, de boktor en de andere dieren”

In honderd korte fabels maken we kennis met de dieren in het bos. En dieren zijn precies als mensen. Ze denken na over hun leven en praten over wat hen bezighoudt: liefde, schoonheid, macht, vriendschap, identiteit en nog veel meer.
De fabels van Jan Bouwstra kenmerken zich door milde humor. Ze hebben de vorm van kleine, lichtvoetige, filosofische dialogen. Veel dierenpersonages keren regelmatig terug: de brilslang en de uil, de neushoorn en de olifant, de krekel en de egel, de muis en de kikker, de mol, de padden, de boktor, de eekhoorn, de ekster en de merel en vele anderen. En ze hebben zo hun eigen kijk op het leven.
Er is in Nederland een lange traditie van fabels, vanaf de Middeleeuwen (Van den vos Reynaerde) tot aan onze tijd (Toon Tellegen). De fabels van Jan Bouwstra passen naadloos in deze traditie, en wie zich afvraagt of er al een opvolger is voor Toon Tellegen hoeft niet langer te zoeken. Hij is er: Jan Bouwstra